De aanpak van de eurocrisis: hoe had het anders gekund, en nu anders moet

De huidige crisis in Europa is de ergste sinds de jaren ’30. Na het  nemen van overdreven veel risico’s met ons spaargeld, kwamen de banken in de problemen toen de zeepbel op de Amerikaanse huizenmarkt uiteenspatte. Wat volgde was de uitbraak van een epidemie die ook Europa aantastte omdat banken elkaar over de oceaan heen besmet hadden met complexe financiële producten.

Nadat de financiële sector eerst de winsten jarenlang had opgestreken was het aan de overheid om de verliezen te nemen toen het fout liep. Vele banken moesten gered worden met belastinggeld. Veel keuze was er niet, het was de keuze van het minste kwaad, zo niet waren de spaarders al hun spaargeld kwijtgeraakt.

Maar toen zaten de overheden met de schulden en vonden dezelfde financiële markten die door die overheden waren gered, dat de overheidsschulden te hoog waren en trokken ze het kapitaal terug uit die landen met de hoogste overheidsschuld (vooral uit Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië).

Er kwamen noodleningen van het IMF en Europa aan die landen, maar in ruil moesten ze besparen, en geen klein beetje. Elke macro-econoom weet nochtans dat je in perioden van economische onzekerheid en vraaguitval niet drastisch moet gaan besparen als overheid, want dat de crisis dan enkel nog erger wordt. Maar het moest toch, voor interne politieke redenen in Duitsland en andere noordse landen.

De mensen in Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal werden er het slachtoffer van. De werkloosheidsgraad in Griekenland en Spanje ligt boven de 25 percent. De jeugdwerkloosheid is pas helemaal hallucinant, meer dan 53% in Spanje en bijna 60% in Griekenland. Nochtans, het onevenwicht in Europa tussen noord en zuid dat de euro al zo lang in een crisis houdt is eigenlijk evenveel te wijten aan de kern dan aan de periferie. Een evenwichtiger en eerlijker reactie, in plaats van iedereen te doen besparen waardoor Zuid-Europa zeker niet opnieuw kan groeien, was dan ook geweest af te spreken dat sommige landen met de budgettaire ruimte extra te laten uitgeven wat het makkelijker had gemaakt voor anderen om te besparen en te hervormen. Dat zou veel minder pijnlijk zijn geweest voor de mensen, de crisis zou minder erg en lang geweest zijn, en het evenwicht zou sneller en minder pijnlijk hersteld kunnen worden.

De maatregelen die Europa al heeft genomen, bijvoorbeeld met betrekking tot de bankenunie, gaan niet ver genoeg. In de komende vijf jaren moeten een aantal hervormingen gebeuren die de euro meer duurzaam maken, en ervoor zorgen dat in een crisis de lasten gedeeld worden tussen landen, en binnen landen dit niet enkel op de kap van de gewone mensen terecht komt. Er is daarvoor nood aan een automatisch stabiliseringsmechanisme binnen de eurozone, die naast een Europees minimumloon en Europese minimumbelastingen een andere bouwsteen van een sociaal Europa vormt.

Moet de ECB de euro redden?

Op 19 november nam Ninovieter Ferdi De Ville op het visie-congres van sp.a deel aan een panelgesprek over de toekomst van de eurozone. Op basis van dit gesprek, schreef Ferdi onderstaande interessante tekst over de euro.

‘Moet de ECB de euro redden?’: wat het debat verraadt

Speculanten zijn vervelende kinderen: ze zijn hun speeltje snel beu. Nadat ze de rente van Italië twee weken geleden boven de kritische grens van 7% hadden geduwd, deden ze eind vorige week hetzelfde met Spanje. Nochtans is daar economisch gezien weinig reden toe. De uitgaven van de Italiaanse overheid zijn in deze crisistijd bijna gelijk aan de inkomsten, de rentelasten niet meegerekend. Voor Spanje is deze indicator, de primaire balans genoemd, slechter, maar niet meer dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk het geval is. Bovendien is de totale schuld van Spanje een stuk lager dan die van de VS of het VK[i]. Toch betalen deze landen een véél lagere rente op hun obligaties dan Spanje en Italië.

Paul De Grauwe heeft in een ondertussen bekende paper uitgelegd hoe dat komt [ii]. De begrotingssituatie van Spanje en Italië is niet hopeloos, de schuld allesbehalve onbetaalbaar op lange termijn. Alleen kan het dat wel worden als de rentelasten dermate hoog oplopen dat het totale begrotingstekort onfinancierbaar wordt. En daar kunnen speculanten voor zorgen. In de VS en het VK kunnen ze dat niet omdat ze weten dat de Centrale Banken er dat niet zullen toelaten. Als speculanten daar proberen de rente te laten stijgen, zullen de Centrale Banken er obligaties opkopen om de rente te doen dalen.

Daarom menen De Grauwe, andere observatoren en de regeringsleiders van bijvoorbeeld Frankrijk en Spanje dat de ECB dezelfde rol moet opnemen in de eurozone.

Inderdaad, de ECB zou de speculatie tegen, of paniek over, obligaties van landen in de eurozone die fundamenteel in staat zijn hun schulden terug te betalen (en dat zijn tot op heden alle landen behalve Griekenland) kunnen oplossen door het uitspreken van één zinnetje: ‘wij zullen niet toelaten dat de obligatierente van solvabele landen stijgt boven onhoudbare niveaus’. Meteen zal de stijging van de rentes stoppen, en dalen richting de Britse en Amerikaanse niveaus. Het fantastische is dat het de ECB in het beste geval zelfs niets zal kosten. Als de markten haar geloven, zullen ze stoppen met obligaties dumpen, en zullen de rentes dalen, zonder dat de bank daarvoor één obligatie moet kopen.

 Hoe kan je tegen zo een wonderoplossing voor de acute paniekcrisis die de eurozone gijzelt zijn? Wel, sommigen kunnen het. Knack hoofdredacteur Johan Van Overtveldt bijvoorbeeld. Hij lijstte vorige week de argumenten tegen zulk ingrijpen door de ECB op in zijn tijdschrift, argumenten die ook andere tegenstanders gebruiken, met inbegrip van de ECB zelf.

Ten eerste menen zij dat investeerders de ECB zullen misbruiken om hun obligaties in te ruilen voor vers geld, en daarmee zullen speculeren in andere dingen, en bijvoorbeeld nieuwe vastgoedzeepbellen creëren. Dat is natuurlijk niet zo. Elke investeerder moet zijn portefeuille diversifiëren, en obligaties die gewaarborgd worden door de ECB hebben hun plaats als veilige belegging. Bovendien kan via andere instrumenten, zoals betere regulering, zulke speculatie worden tegengegaan. Speculanten hebben bewezen geen ECB geld nodig te hebben om zeepbellen te creëren, dus zulke regulering is sowieso een goed idee.

Ten tweede stellen ze dat het opkopen van obligaties door drukken van vers geld tot inflatie zal leiden. Ik stelde echter boven dat het wellicht tot woorden zonder daden zal blijven. Maar zelfs als de ECB echt zou moeten ingrijpen, zal dit niet tot inflatie leiden. Inflatie komt er wanneer de vraag het aanbod overtreft, en vandaag zitten we met leegstaande capaciteit in de eurozone, hoge werkloosheid, en dus te weinig vraag.

Ten derde menen tegenstanders dat dit de geloofwaardigheid van de ECB zal aantasten. De ECB heeft meer dan tien jaar gewerkt om de markten te doen geloven dat ze vrij is van politieke invloed en dat ze een lage inflatie garandeert en door nu obligaties op te kopen gooit ze dit vertrouwen te grabbel. Echter, de Amerikaanse FED doet ook wat de ECB nu zou kunnen doen, en niemand heeft het over een vertrouwenscrisis van de FED. Bovendien, als de ECB niet ingrijpt heeft ze binnenkort gewoon geen munt meer om geloofwaardig over te waken.

Ten slotte, menen de tegenstanders, zal het oplossen van de acute crisis door de ECB de druk op politici weghalen om structureel te hervormen. Hier komt de aap uit de mouw. De speculatie tegen hun obligaties verplicht politici in de eurozone om hervormingen door te voeren die in normale tijden niet door de bevolking zouden worden geslikt: verhoging van de pensioenleeftijd, verlaging van de werkloosheidsuitkeringen en beperking in de tijd, et cetera. Sommige commentatoren die voor dergelijke afbouw van de welvaartsstaat zijn, vinden deze crisis een opportuniteit, en vinden dat de ECB vooral het mes op de keel van politici niet mag weghalen. Zelfs al kan dit ten koste gaan van de euro.

Er zijn wel meer vreemde kronkels en motieven die in de standpunten van sommigen in deze crisis zijn te herkennen als je er wat dieper over nadenkt. Zo stellen de commentatoren die voor die structurele hervormingen pleiten dat dit de enige manier is om momenteel groei te stimuleren. Maar dat geloven staat gelijk aan geloven dat er sinds de crisis een paar percent werkonwilligen is bijgekomen. Hoe zou liberalisering van vrije beroepen (bv. boekhouders), zoals met betrekking tot Italië wordt bepleit, tot meer groei en werkgelegenheid op korte termijn leiden terwijl bedrijven de deuren sluiten?

Ferdi De Ville

Begroting

Vanmiddag was het eindelijk zover. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar we hebben een begroting. Plezant is het uiteraard niet om 11,3 miljard te moeten vinden. Het is altijd aangenamer om belastingen te kunnen verlagen of nieuwe initiatieven te kunnen nemen, maar deze sanering is echt noodzakelijk. Ben nu doodmoe, maar opgelucht. Bedankt aan de collega’s van de andere partijen en het sp.a team voor de goeie samenwerking. Merci Bruno, Johan, Jan, Ariel, Cis, Wilfried, Arne, John, Kris, Eric, Erwin, Kurt, Pieter, Saskia,…!

Hopelijk komt er nu snel een regering en slagen we er in om de markten te sussen.

De zesde staatshervorming

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar het akkoord  over de staatshervorming is er. Van de meeste zaken uit dat akkoord ken ik niets, maar als er vragen zijn over het financieringswetgedeelte, mag je me die altijd doorsturen.

Hier vind je de uiteindelijke tekst: NL

En hier de reactie van sp.a-onderhandelaarster Caroline Gennez.

Financieringswet

Vannacht was het eindelijk zover. Na 1 jaar en 3 maanden waarin de financieringswet mijn leven domineerde, en 5 weken intense onderhandelingen is de nieuwe financieringswet een feit. Ben doodmoe, maar tevreden. 17 miljard nieuwe bevoegdheden (werk, fiscale uitgaven, gezondheidszorg, kinderbijslag, ouderenzorg) en 11 miljard fiscale autonomie. Was voor mij persoonlijk een heel intense en leerrijke periode van rekenen, onderhandelen, simuleren en discussieren. Dank aan Caroline, Jan, Ariel, Kris, Jean, John, Johan, Frank en alle andere collega’s, ook van de andere partijen, het team van de formateur en de Nationale Bank.

Als ik wat meer tijd heb, post ik hier zeker eens een overzichtje van de nieuwe financieringswet. Nu afkicken en beginnen aan wat nog belangrijker is: de socio-economische hervormingen.

Het sp.a team net na het akoord

Ferdi De Ville: “De anti-democratische positie van onze economische experts”

Alweer een prachtige opiniebijdrage van Ninovieter Ferdi De Ville te vinden op de website van poliargus en MO. Zeer terechte analyse! Decennialang zeiden de meeste economen (niet alle) dat de politiek best zoveel mogelijk zijn handen van de economie afhoudt (zogezegd omdat dat schadelijk zou zijn). Daarom moest de economische macht van de politiek ingeperkt worden. Als het dan goed fout loopt (zoals nu), dan moet de politiek het toch maar oplossen. Waarna de casinokapitalisten dan gewoon verder kunnen doen zoals ze bezig waren, fikse winsten opstrijken, op weg naar de volgende crisis. Graag flink wat meer politiek dus. Politici moeten tenminste verantwoording afleggen aan de burgers, bankdirecteurs niet.

Hier vind je Ferdis tekst:

Soms is wat tussen de lijnen van berichten in de krant te lezen is veel interessanter dan de boodschap op zich. Bij enkele van ’s lands meest gevraagde opiniemakers is dat bijna altijd het geval. Enkele voorbeelden. In De Morgen van 6 augustus 2011 vroeg Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van de denktank Itinera, zich tot grote ergernis van premier Leterme af of het wel wenselijk is dat sommige politici terugkeren uit vakantie. Op maandag 8 augustus 2011 twitterde Geert Noels, oprichter van Econopolis, ‘de ECB zou de politici onder druk moeten zetten en niet omgekeerd. De laatste pijler van discipline is aan het vallen’. Op diezelfde dag stelde Marc Devos, directeur van denktank Itinera, via deredactie.be voor om de ‘hele santenboetiek’ van maaltijdcheques, ecocheques, fietsvergoedingen, etc. af te schaffen en in de plaats een lineaire lastenverlaging door te voeren. Op het eerste zicht hebben deze drie uitspraken weinig meer gemeen dan dat ze afkomstig zijn van opiniemakers die de beste toegang hebben tot de Vlaamse media. Toch is er een onderliggende constante: alle drie deze uitlatingen gaan ervan uit dat politiek per definitie leidt tot onwenselijke beslissingen. Hoe minder politiek hoe beter.

Deze opiniemakers zijn er samen met collega’s en medestanders ook in geslaagd de hele schuld van de crisis van de voorbij vier jaar in de schoenen van de politiek te schuiven. ‘Dankzij’ hun veelvuldige optredens in de media spreekt iedereen vandaag over een ‘schuldencrisis’. De kern van het probleem van vandaag zou de grote overheidsschulden van Europese landen en de VS zijn. Die diagnose leidt tot een logische remedie: verlaag zo snel mogelijk de overheidsschulden, bespaar! Alleen is dat een leugenachtige interpretatie van de voorbije vier jaar. Tot 2007 maakte niemand zich zorgen over de schulden van overheden. In de eurozone werden overheidsschulden, zij het beperkt, afgebouwd. Echter, toen de kredietcrisis in de VS uitbrak en overwaaide naar Europa werden overheden verplicht in de schatkist te tasten om de banken van ondergang te behoeden. Door de stilstand van de economische groei kwam daar nog bij dat de inkomsten van overheden daalden en de uitgaven (werkloosheidsuitkeringen, etc.) stegen. De begrotingstekorten zijn dus een gevolg van de crisis, ze als oorzaak aanwijzen is huichelarij.

Sommigen zijn er zo in geslaagd hun eigen ideologie als interpretatie van de crisis aanvaard te krijgen: al wat fout gaat met de economie is de schuld van de politiek. In plaats van: de politiek heeft het kapitalistische systeem van een totale meltdown gered en de automatische vangnetten van ons sociaal systeem hebben veel mensen uit armoede gehouden, onze koopkracht ondersteund en economische groei geholpen. Het is geen toeval dat deze opvatting door veel economen (maar zeker niet alle) wordt verkondigd. De visie dat politiek niet deugt beheerst sinds de jaren zeventig de economische wetenschap. Daar verving het ‘political failure’ paradigma het ‘market failure’ model en het Keynesianisme. Politieke inmenging werd niet langer als wenselijk gezien om marktfalen te corrigeren (niet enkel om sociale of ethische redenen maar ook om crisissen te vermijden), maar als oorzaak voor mistoestanden en de verstoring van de zelfregulerende vrije markt. Overigens: sinds die periode is de frequentie en de intensiteit van economische crises alleen maar spectaculair toegenomen…

De dominantie van dit perspectief in de economische wetenschap heeft een belangrijke invloed gehad op het denken en handelen van vele politici zelf, en zeker niet enkel op Thatcher en Reagan. Politici vertrouwden zichzelf niet meer en gingen taken afstoten. Centrale banken werden onafhankelijk gemaakt en een strenge inflatiedoelstelling opgelegd. Internationale organisaties werden opgericht en versterkt om vrijhandel en kapitaalsvrijheid te verzekeren. Dit alles heeft als gevolg gehad dat politici alsmaar minder invloed kregen over de economie. Het idee van ‘political failure’ heeft dus als een ‘selffulfilling prophecy’ gewerkt: politici zijn inderdaad machteloos geworden in het beheren van de economie en worden door kiezers als falend aanzien.

Het idee dat door opiniemakers wordt verkondigd dat politici zoveel mogelijk moeten beperkt worden in hun handelingsvrijheid omdat ze anders toch maar slechte beslissingen nemen is anti-democratisch. Het uitgangspunt van democratie is dat ‘burgers’ samen beslissingen nemen over de inrichting van hun maatschappij. De basisassumptie van de economische wetenschap is dat mensen egoïstische individuen zijn. Laat ons dat toch eens wat meer in het achterhoofd houden wanneer economische experts in de media de politiek de les komen spellen.

Wat op dat vlak vandaag op het spel staat is duidelijk. Is de les die we uit de crisis moeten trekken dat de politiek opnieuw meer de economie en de financiële markten moet reguleren, of moeten politici nog meer de eigen handen terugtrekken en binden? Moeten we radicaal snijden in de overheidsuitgaven omdat deze per definitie onwenselijk zijn, of willen we vertrekken vanuit een maatschappijvisie voor de toekomst en nagaan hoeveel overheidsbeleid daarvoor nodig is, en welke inkomsten en uitgaven daarbij horen?

Voor links is dit een existentiële kwestie. Het betekent in de eerste plaats een radicaal ander discours te gaan hanteren dan het huidige. Stop met mee te spreken over de ‘schuldencrisis’ (om nog maar te zwijgen over ‘schuld-obesitas’ en andere termen die door anderen worden verkondigd en verspreid). Het gaat vandaag over een ‘groeicrisis’ en ‘werkloosheidscrisis’ – veroorzaakt door een ‘casinokapitalismecrisis’ opgebouwd in de voorbije decennia –die onder andere een probleem oplevert voor de overheidsfinanciën. Meer algemeen moet het als één van de voornaamste taken van links worden gezien om het vertrouwen in de politiek te herstellen. En daarbij hoort een hele transformatie van het politieke vocabulaire. Dat betekent ook veel meer de negatie van politiek durven te bekritiseren: de ongecontroleerde vrije markt.

Waarom betalen de 50 grootste bedrijven nauwelijks belastingen?

Een interessante reportage in Terzake vorige week. Enkele journalisten gingen na waarom de 50 meest winstgevende bedrijven in België nauwelijks belastingen betalen en komen tot de conclusie dat België een fiscaal paradijs is door onder andere de notionele intrestaftrek.

Terzake: De notionele belastingaftrek

Het is ook interessant om het artikel: “Hoe de rijken in België geen belastingen betalen” van Belastinginspecteur Danny Bruggeman te lezen. Danny beschrijft hoe rijke mensen er via allerlei complexe constructies in slagen om zo goed als geen belastingen te betalen.

De lading onder de vlag

Een aantal maanden geleden maakte oud-collega Arne Schollaert een interessante analyse van de staatshervorming in sampol. Arne probeert om op basis van de economische theorie van de risicodeling de onderliggende drijfveren en implicaties van het staatshervormingsdebat uit te leggen.

Je kan immers de welvaart verhogen door je risico te gaan delen (het verzekeringsprincipe). En die welvaartswinst is natuurlijk groter als je dat doet met 10 in plaats van met 2, of met 11 miljoen in plaats van met 6 miljoen. Langs de andere kant kan je door bevoegdheden toe te wijzen aan lagere bestuursniveaus beter inspelen op verschillende preferenties. In essentie komt het staatshervormingsdebat er dan op neer dat je moet proberen om naar een zo efficiënt mogelijke bevoegdheidsverdeling te gaan én toch de welvaartswinsten van interpersoonlijke risicodeling te behouden.

Arne concludeert na zijn analyse dat wie pleit voor meer regionale autonomie zonder daar een structurele verankering van de federale risicodeling bij te bepleiten, er impliciet voor kiest om (op termijn) die risicodeling op de helling te zetten, en zo de onmiskenbare welvaartsbaten ervan te derven. Arne vindt dan ook dat het van intellectuele eerlijkheid zou getuigen om dat dan ook zo expliciet te stellen.

De analyse van Arne Schollaert: De lading onder de vlag

Johan Vande Lanotte in Ninove

De federale verkiezingen van 2010 zijn intussen al één jaar oud. Nog steeds hebben we geen nieuwe regering. Aan de inzet van een aantal mensen zal het niet gelegen hebben. Eén van die mensen is senator Johan Vande Lanotte die van oktober tot januari als koninklijk bemiddelaar zijn uiterste best deed om de onderhandelende partijen dichter bij een akkoord te brengen. Zijn onderhandelingsnota werd jammer genoeg verworpen door CD&V en N-VA, maar zal toch een referentie blijven voor de komende onderhandelingen.

Niet alleen voor Johan, maar ook voor mij was deze bemiddelingsperiode een intensieve periode. Als jongeling had ik de eer om samen met een aantal collega’s Johan te mogen bijstaan voor het financieringswet-dossier dat dé kern is van de communautaire onderhandelingen. Het was hard werken, maar ik leerde er bijzonder veel, over de financieringswet, maar nog meer over het politieke bedrijf. Ik ben er Johan nog steeds dankbaar om dat ik dit kon meemaken. Ook al was het resultaat niet wat het had kunnen zijn, ik blijf toch met een goed gevoel aan die periode terugdenken.

Na een periode van stilte kwam Johan Vande Lanotte in het voorjaar terug op het voorplan met zijn voorstel om België om te vormen tot een Belgische Unie van 4 deelstaten. Over dat voorstel gaf hij een gastles aan de Universiteit Gent en volgende week komt hij zijn voorstel ook toelichten in het volkshuis van Ninove waarna hij ook met de aanwezigen zal discussiëren over de staatshervorming.

Ben je geïnteresseerd in de toekomst van België, heb jij een idee over hoe we uit deze impasse kunnen geraken, kom dan zeker langs op maandag 20 juni om 20u in de Geraardsbergsestraat 119 in Ninove.

Voor de mensen die zich willen voorbereiden op wat Johan in Ninove zal komen vertellen om hem moeilijke vragen te kunnen stellen: hier vind je de presentatie die hij gaf aan de Universiteit Gent :Gastcollege_Vande_Lanotte

Johan Vande Lanotte krijgt de slappe lach in De Laatste Show op Youtube

Eindelijk debat over Europa! Of niet? niet?

Interessant artikel in De Morgen door Ninovieter Ferdi De Ville:

Eindelijk debat over Europa! Of niet? niet?

De voorbije week werd er in onze media ‘plots’ een debat gehouden over de richting die Europa sociaaleconomisch uit moet. Kathleen Van Brempt (sp.a) veroordeelde de conservatieve Europese plannen van Angela Merkel en de Commissie die het einde van ons sociaal stelsel inluiden en klaagde aan dat onze federale regering op deze te laks en te laat had gereageerd. ACV-voorzitter Luc Cortebeeck sloot zich aan bij de inhoudelijke kritiek, maar was milder voor de regering en riep op om niet tegen Europa te schelden, maar alternatieven naar voor te schuiven. Zondag ging het hoofddebat van De zevende dag hier zelfs over.

Politieke sinterklaas

Er wordt gediscussieerd over welke richting Europa uit moet. Eindelijk. Jarenlang was België het land van de ‘permissieve consensus’. Wat Europa deed was per definitie goed, tenzij het handig uitkwam om voor een onpopulaire maatregel de schuld op Europa te schuiven. Maar een debat over welk beleid Europa moet houden, werd nooit gevoerd. Nu het in Europa gaat over welke maatregelen moeten worden genomen om de toekomst van de eurozone te redden, lijkt zulk debat wel op gang te komen.

Of toch niet?

Toen kwamen Dirk Sterckx (Open Vld) en Jean-Luc Dehaene (CD&V) echter verduidelijken dat het eigenlijk niet om een keuze gaat. De hervormingen (hogere pensioenleeftijd, wijziging indexmechanisme, loonmatiging, etc.) die worden voorgesteld zijn onvermijdelijk. Ze zijn nodig om onze ‘competitiviteit’ te bewaren. Als onze eigen politici dat niet onder ogen durven zien, dan moet Europa het opleggen. Wie dat bestrijdt, of alternatieven naar voor schuift, is een populist, luidt het.

Op die manier gaat het deksel weer op het debat. Daarmee doet competitiviteit dienst als een politieke sinterklaas voor volwassenen. Als we niet braaf zijn (pijnlijke hervormingen doorvoeren) dan krijgen we de roe. Zulke stoute meneer inroepen is nu eenmaal makkelijker dan uitleggen waarom bepaalde maatregelen goed of slecht zijn. Wel, weg daarmee.

Graag wil ik bij deze een pact sluiten tegen het vermaledijde woord ‘competitiviteit’. Met al onze journalisten. Of althans een welwillende coalitie onder hen. Anders dan het ‘pact voor competitiviteit’ is het simpel en ondubbelzinnig. Het bevat slechts één regel: ‘Vanaf heden zal ik telkens wanneer een respondent het woord competitiviteit gebruikt hem of haar vragen dit te definiëren’.

Er zijn van die woorden die plots opduiken in ons taalgebruik en dan door iedereen te pas en te onpas worden gebruikt. Competitiviteit raakte bij ons vooral in gebruik sinds de Lissabon Strategie in 2000 van de EU ‘de meest competitieve economie ter wereld’ wou maken. Sindsdien lijkt competitiviteit de maatstaf van alle dingen des politiek geworden.

Maar wat wil competitiviteit zeggen? De gebruikers van de term lijken er in essentie mee te bedoelen dat de dingen die wij hier maken in het buitenland verkocht moeten raken. In die redenering moeten onze lonen omlaag. Onze pensioenleeftijd moet omhoog, want te vroege pensioenen zorgen voor teveel extra loonlasten. Wat competitiviteit dus eigenlijk wil zeggen is dat onze arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming hier niet beter mogen zijn dan elders. Maar wat zijn optimale arbeidsvoorwaarden, wat is een correcte pensioenleeftijd? Zijn dat luxe ‘ideologische’ discussies, of net de onderwerpen bij uitstek waarover onze politieke debatten zouden moeten gaan? Moet competitiviteit echt de finale doelstelling van beleid zijn? En hoever gaan we daarin, tot Chinese toestanden?

En daarmee komen we opnieuw bij Europa uit. De links-rechtsdiscussie die momenteel woedt over welke economische koers de EU moet varen zou heel gunstig kunnen zijn voor de Unie. Het is een teken dat de EU als politiek project tot wasdom is gekomen. Er wordt nu gekozen voor een ‘rechtse’ koers. Dat is politiek logisch, de overgrote meerderheid van regeringen in Europa en Europarlementsleden is rechts. Als binnenkort blijkt dat te grove besparingen nefast zijn geweest en afbouw van onze welvaartsstaat door de mensen wordt beklaagd, dan kunnen zij deze partijen daar bij verkiezingen de rekening voor presenteren. Of als het goed uitdraait, voor belonen. Als het wordt voorgesteld als een niet-onderhandelbare noodzaak of een Europees/Duits dictaat, kan dit bij mislukking enkel uitmonden in antipolitieke en/of Eurosceptische reacties. Laten we het debat dus blijven voeren. Aan de ‘Europese meerderheid’ om beter, duidelijker en vooral eerlijker uit te leggen waarom ze welke maatregelen willen nemen. Als ze zich verstoppen achter holle frasen als ‘competitiviteit’, aan journalisten om hen het vuur aan de schenen te leggen. En aan de Europese oppositie om alternatieven naar voor te schuiven.

Ferdi De Ville